Het internetprotocol

In het internetprotocol staan afspraken en regels waaraan de kinderen zich moeten houden als ze op school internetten. Deze afspraken moeten voorkomen dat een kind problemen krijgt door het gebruik van internet op school. Wanneer de kinderen het protocol hebben ondertekend, mogen ze op school internetten, als de leerkracht daar toestemming en gelegenheid toe geeft.

Een voorbeeld van deze afspraken en regels in het internetprotocol zijn:

  • Ik spreek met meester of juf af wanneer en hoe lang ik op Internet mag en van welke programma’s ik gebruik mag maken.
  • Ik zal nooit mijn naam (e-mail ) adres of telefoonnummer doorgeven via Internet zonder toestemming van meester of juf.
  • Ik verstuur geen e-mail zonder toestemming van meester of juf.
  • Bij gebruik van een zoekmachine gebruik ik normale woorden (zoektermen). Ik gebruik geen woorden die te maken hebben met grof woordgebruik, racisme, discriminatie, seks of geweld. Bij twijfel overleg ik met meester of juf.
  • Ik vertel meester of juf als ik informatie zie waar ik me niet prettig bij voel of wat ik niet vertrouw.
  • Ik mag geen bestanden downloaden zonder toestemming van meester of juf.
  • Chatten of MSN-nen mag niet. Chatten met andere scholen mag alleen wanneer meester of juf daar toestemming voor geeft.
  • Ik zal nooit afspreken met iemand die ik ‘online’ op Internet tegenkom zonder toestemming van meester of juf.
  • Ik zal nooit een foto of iets anders van mijzelf of andere kinderen versturen zonder toestemming van meester of juf.

Als een kind de afspraken en regels niet naleeft, neemt de leerkracht maatregelen. Het kind kan dan voor een bepaalde periode geen gebruik meer maken van internet of e-mail op school.